Successierechten zijn de belasting verschuldigd op de waarde van alle goederen die uit de nalatenschap van een overledene worden verkregen, ná aftrek van de begrafeniskosten en gebeurlijke schulden.
De erfgenamen zijn meestal de familieleden van de overledene: de echtgenoot (m/v), kinderen, kleinkinderen, maar ook ouders of grootouders, broers en zussen, neven en nichten …
Maar ook niet-familieleden kunnen door een overledene (bij testament) begunstigd worden.
Dat kunnen zowel privé-personen als openbare besturen, vzw’s of instellingen zijn.
Dat hangt af van de woonplaats van de overledene. Waar de erfgenaam woont, heeft geen belang.
Had de overledene zijn laatste fiscale woonplaats in het Vlaams Gewest, dan is de Vlaamse erfbelasting van toepassing.
Woonde hij tijdens zijn laatste vijf levensjaren op meer dan één plaats in België?
Dan moet enkel Vlaamse erfbelasting betaald worden als de overledene in die periode het langst in Vlaanderen woonde.
Als erfgenaam of algemeen legataris bent u verplicht om aangifte te doen van wat de overledene nalaat. Een algemeen legataris kan bij testament worden aangesteld en kan de gehele nalatenschap krijgen.
Sinds 1 januari moet de aangifte bij de Vlaamse Belastingdienst ingediend worden met het nieuwe formulier ‘Aangifte van de nalatenschap’. Ook te online te vinden op:
www.belastingen.vlaanderen.be Het formulier is gebruiksvriendelijk en biedt een goede leidraad. U kunt de aangifte zelf doen of u kunt een gevolmachtigde (notaris, advocaat, fiscaal adviseur…) in de arm nemen. Misschien te overwegen indien u weet dat onoordeelkundige of niet conform de wettelijke voorschriften opgestelde aangifte kan leiden tot overbodige successierechten of zelfs boetes.Het ingevulde formulier dient verstuurd naar de Vlaamse Belastingdienst – Erfbelasting, Vaartstraat 16, 9300 Aalst. Die dienst verzamelt alle aangiften voor heel Vlaanderen, de regionale kantoren zijn niet langer bevoegd.
Dat hangt ervan af of de overledene al dan niet rijksinwoner was.
Rijksinwoner betekent dat de overledene zijn werkelijke woonplaats in een Belgische gemeente had.
De administratieve inschrijving in een gemeente – de wettelijk domicilie – geldt louter als een vermoeden.
Enkel de werkelijke woonplaats van de overledene op het ogenblik van het overlijden telt.
Van een rijksinwoner moeten volgende zaken aangegeven worden:
De openstaande schulden mogen in mindering gebracht worden. Begrafeniskosten behoren hier ook toe!
Nieuw is dat de schulden forfaitair geraamd mogen worden, zonder dat de effectieve schuld moet worden aangetoond.
De forfaits worden jaarlijks geïndexeerd.
Als de overledene gehuwd is in gemeenschap van goederen dan kan het forfait voor de schulden van de gemeenschap worden aangegeven als passief.
De schulden aangegaan voor de verkrijging van onroerende goederen – zoals een hypothecaire lening – vallen niet onder het forfait.
Op het saldo moet erfbelasting betaald worden.
De langstlevende echtgenoot of samenwonende partner (onafgebroken relatie van minstens 3 jaar kunnen aantonen), alsook broers/zussen die 3 jaar onder één dak wonen, genieten vrijstelling van successierechten op de gezinswoning. Deze vrijstelling blijft behouden als één van de partners in een rusthuis/serviceflat verblijft of als beiden feitelijk gescheiden zijn.
Verder is er ook nog een gunstregime bij de voortzetting van familiale ondernemingen.
Naar één en ander wordt rechtstreeks in de aangifte gevraagd en hiervoor moeten niet langer afzonderlijke aanvragen gebeuren.
Is er geen onroerend goed en vertegenwoordigd het roerend goed slechts een geringe waarde, dan is een aangifte niet noodzakelijk, tenzij er erven in zijlijn zijn.
Was de overledene geen rijksinwoner, dan moeten enkel het vastgoed in België worden aangegeven.
U mag zelf een waarde op het vastgoed kleven. In de praktijk maakt meestal de notaris of vastgoedmakelaar een schatting.
Wie in het verleden discussies met de fiscus wilde vermijden, kon een voorafgaande schatting door een onafhankelijke deskundige vragen. Zijn waardeschatting was bindend voor de belastingplichtige en de administratie. Maar die werkwijze kan niet meer. U kunt enkel een schatting aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie vragen. Dat maakt dat de administratie zelf rechter en partij is.
Wie niet akkoord gaat, moet een bezwaar indienen tegen het aanslagbiljet.
Voor een overlijden in België moet u de aangifte binnen een termijn van vier maanden doen.
Buitenland? Vijf maanden indien overlijden in een land van de Europese Economische Ruimte
(de 28 lidstaten van de Europese Unie, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen); zes maand voor een overlijden buiten de EER.
Uitstel vragen voor complexe aangiftes is mogelijk, evenwel enkel zolang de aangiftetermijn nog niet verstreken is.
Elke erfgenaam moet een (forse) boete betalen.
Kijk voor de nieuwste stand van zaken, geldig vanaf 1 september 2018, op www.belastingen.vlaanderen.be